SV Juliana Wassenaar
Sinds 1919

Alles over munitie

Op deze pagina kunt u alles vinden over de verschillende soorten munitie die worden gebruikt in de schietsport.


Toelichting Kaliber Pistool, Revolver en Geweer patronen


De term kaliber duidt bij vuurwapens de diameter van de kogel of het projectiel aan. Deze diameter kan zowel worden uitgedrukt in millimeter als in inch. Ook de inwendige diameter van de loop of schietbuis van het wapen wordt met deze term aangeduid.


Bijvoorbeeld: het kaliber 5,56 × 45 mm NATO is hetzelfde als het .223 inch kaliber. Het tweede getal in het NATO-kaliber duidt de lengte van de patroonhuls aan. Let op: 0,223 inch is 5,66 millimeter. Het verschil (0,1 mm) wordt veroorzaakt doordat men in de Verenigde Staten het kaliber meet tussen de trekken (groeven) in de loop en in Europa tussen de velden (de stukken tussen de groeven). De Europese bepaling zal dus altijd een fractie kleiner uitvallen.


Voor de kalibers van hagelgeweren wordt weer een afwijkende methode gebruikt. Hierbij geeft het kaliber het aantal ronde kogels aan dat uit een Engels pond lood kan worden gehaald. In de loop van een Kaliber 12 (12-Gauge) past dus een ronde kogel die 1/12 is van een Engels pond lood. Waar het getal de diameter van de kogel aangeeft betekent een groter getal een grotere kogel. Bij de methode voor hagelgeweren is dit dus andersom. Hoe groter het getal, hoe kleiner de kogel. Immers: hoe meer kogels men maakt uit een pond, hoe kleiner deze kogels worden.


Bij bepaalde typen artillerie wordt de lengte van de loop van het wapen uitgedrukt als aantal kalibers met de uitdrukking: "Lang ...". De looplengte is dan te berekenen door het aantal kalibers te vermenigvuldigen met de projectieldiameter. Een 120 mm Kanon Lang 50 (meestal afgekort tot: L/50 - dezelfde afkorting als in het Engels, Frans en Duits) heeft dus een lengte van zes meter.


Het meetinstrument waarmee de inwendige diameter van de loop (van geschut en andere vuurwapens) wordt gecontroleerd wordt ook kaliber genoemd.


De Kalibers zijn niet enkel nuttig om te weten welke munitie past bij welk geweer, maar geven een overzicht van de historiek van de ontwikkeling van de huidige Jachtwapens.


Bij bepaalde typen artillerie wordt de lengte van de loop van het wapen uitgedrukt als aantal kalibers met de uitdrukking: "Lang ...". De looplengte is dan te berekenen door het aantal kalibers te vermenigvuldigen met de projectieldiameter. Een 120 mm Kanon Lang 50 (meestal afgekort tot: L/50 - dezelfde afkorting als in het Engels, Frans en Duits) heeft dus een lengte van zes meter.


De meest gebruikte kalibers in de schietsport:

6mm Flobert .
.22 Long
.22 Short
.22 Long Rifle (LR)
.22 Long Rifle (High Velocity)
.22 WMR (Winchester Magnum Rimfire)
7.65mm (.32 ACP = Automatic Colt Pistol of .32 Auto)
.32 Smith & Wesson Long
.32 H&R Magnum
.30 - M1 (of .30 Carbine)
9mm Kort (.380 Auto of Automatic)
9mm Para(bellum)

9mm Luger, 9x19mm.
38 Super (.38 Super Auto)
.38 Special .357 Magnum 10mm Automatic
.40 S&W (Smith & Wesson)
.41 AE (Action Express) .41 Magnum (Remington)
.44 Special .44
Magnum (.44 Remington Magnum Pistol)
.45 ACP (Automatic Colt Pistol)
.45 Long Colt (.45 Colt) .45 Winchester Magnum
.50 AE (Action Express


Klein kaliber.

.22 Short


Bij randvuurpatronen is de ontstekingslading (slagsas) ingeperst in de dunwandige uitstekende rand van de hulsbodem. Door inslag van de slagpin op deze plaats wordt de patroon ontstoken.
In 1857 introduceerde Smith & Wesson een revolver genaamd First Model. Deze was uitgevoerd in een .22-kaliber dat we nu .22 Short zouden noemen. De oorspronkelijke lading van de patroon bestond uit 4 grains (0,26 gram) fijn zwartkruit en een loden kogel van 29 grains (1,9 gram). Het fijne zwartkruit werd in 1887 vervangen door het rookloze nitrokruit. Remington kwam in 1930 met de eerste High Velocity-patroon (hoge-snelheidspatroon) in dit kaliber. Sindsdien is het een erg populair kaliber in de schietsport. Dit komt vooral door de geringe terugslag, het relatief beperkte geluid en de lage prijs.


.22 Long


In 1871 kwam de .22 Long op de markt. Deze werd geproduceerd voor de 7-schots Standard revolver van de firma Great Western Gun Works uit de Verenigde Staten. Remington gebruikte de .22 Long vanaf 1874 ook als geweerpatroon. De oorspronkelijke lading van de .22 Long bestond uit 5 grains (0,32 gram) zwartkruit en een 29 grains (1,9 gram) loden kogel. Tot de Tweede Wereldoorlog was de .22 Long niet erg populair bij de schutters. Vooral op het gebied van de jacht op klein (schadelijk) wild werd hij verdrongen door de in de 1887 op de markt gebrachte .22 Long Rifle.


.22 Long Rifle

In 1887 verscheen de .22 Long Rifle in opdracht van de Stevens Arms & Tool Company op de markt. De Peters Cartridge Company nam deze patroon als eerste in productie. De toenmalige lading van een .22 LR-patroon bedroeg 5 grains (0,32 gram) zwartkruit en een 40 grains (2,6 gram) loden kogeltje. Dit kaliber is de populairste patroon aller tijden en wordt vooral gebruikt in de jacht op klein wild, de bestrijding van ongedierte en in de schietsport. De High-Velocity uitvoering van dit kaliber worden vooral gebruikt voor de jacht, of in de schietsport waar de extra kracht nodig kan zijn om een semi-automaat te doen repeteren.
De .22 Long Rifle of .22 lr is in Duitsland bekend onder de naam 5,6 mm lfB (lang für Büchsen).


.22 250

De punt 22-250 is nu een kogel die gebruikt wordt om op lange afstand kleiner wild (predatoren, zoals vossen) te schieten. De kogel is een eerder licht kaliber, maar de huls (en dus de kruitlading) is vrij zwaar.
De 22-250 is gebaseerd op de 250-3000 Savage waarvan de nek werd teruggebracht tot een .22. De 3000 savage komt van de vroegere fabricant Savage Arms en het feit dat de originele kogel van 1915 een snelheid bereikte van 3000 ft/s (910 m/s), met een kogel van 87 grain (5.6 g). De naamgeving van de .250 komt van een gereduceerde en verkorte .30-06 huls.
Voor de volledigheid, Savage produceerde met zijn “Model 1895″ het eerste hamerless geweer.
De volledige uitrusting van de .22 250 is niet compleet met een “grote” kijker om tot 300 meter te schieten. Een visering van 8x32x56 (zoals bijvoorbeeld de 8x32x56 swat mildot parallax van Accushot) met dus een vergroting tot 32x en een objectieflens van 56mm is hier geen luxe maar noodzaak.


.22 Ratshot


Als bijzonder kaliber bij de Hagelgeweren hebben we de Gladloopkogel, een kogel dus die in een Hagelgeweer wordt afgevuurd. En, er is een tegenhanger, dus een hagellading die met een kogel wordt geschoten, de .22 Ratshot.
De Hagel kogel wordt afgevuurd met een geweer, maar kan ook met het pistool of revolver. Het gebruik beperkt zich tot het verdelgen van ongedierte zoals ratten, slangen of andere schadelijke knaagdieren of vogels. Het voordeel is de lichte lading die niet overal in wanden en muurplaten gaten maakt.
Aangezien dit meestal wordt gevuurd vanuit een .22 Longrifle met randvuur is dit type niet in België toegelaten.


Groot Kaliber.


V.l.n.r.: 9x19mm Parabellum, .40 S&W, .45 ACP, 5.7x28mm, 5.56x45mm, .300 Winchester Magnum en twee hagelpatronen.



Onderdelen Patroon.


Het voornaamste is de diameter van de kogel, die het kaliber uitmaakt. Dit wordt uitgedrukt in mm of in duim. Bij deze laatste aanduiding (bijna) steeds in decimalen. En aangezien dit meestal Amerikaanse kalibers zijn is de aanduiding met een . (punt) (onze “,” voor decimalen). Vandaar dan de benaming .22 of .300, uitgesproken punt 22 of punt 300.


Een tweede aanduiding is de lengte van de huls (in mm) zoals bij 8×57, diameter kogel 8 mm en lengte huls 57 mm, lengte dan meestal voorafgegaan door de x (maal). Benaming is dan 8 maal 57.


Vooral de kogels van Amerikaanse makelij hebben een naam met enkel de kogeldiameter (in duim) gevolgd door een één of andere indicatie, die weinig met het kaliber te maken heeft. Deze indicatie varieert van de kruitlading over het jaartal van eerste gebruik tot een volledig arbitraire toevoeging zoals JRS of NATO.


9×19mm Parabellum

9mm Luger

De 9×19mm Parabellum of 9 mm Para is een pistoolpatroon die werd geïntroduceerd in 1902 door de Duitse wapenfabrikant Deutsche Waffen- und Munitionsfabriken (DWM) voor hun Luger-pistool.[1] Hierdoor wordt deze patroon vaak aangeduid als 9 mm Luger.[2] voorganger van de 9×19 was de 7,65×22mm Parabellum, zelf een afstammeling van de 7,65×25mm Borchardt. De 9 mm Parabellum wordt over het algemeen gebruikt in pistolen, machinepistolen en karabijnen. Na de Tweede Wereldoorlog werd de patroon in gebruik genomen door de krijgsmacht van verschillende landen.
De naam Parabellum is afgeleid van het Latijnse: Si vis pacem, para bellum ("Als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog."), wat het motto en telegraafadres van de DWM was.


Ontwikkeling.

Georg Luger ontwikkelde de 9 mm Parabellumpatroon uit de oudere 7,65 mm Parabellumpatroon. In 1902 presenteerde hij het nieuwe kaliber aan het British Small Arms Committee. Ook werden drie prototypen gepresenteerd aan het Amerikaanse leger in 1903. Het Duitse leger erkende officieel interesse te hebben in 1904. Het originele ontwerp ontstond door de flessenhalsvorm te verwijderen uit de 7,65 Parabellum, wat leidde tot een licht toelopende (tapered), randloze (rimless) vorm. De vorm van het projectiel werd aangepast in 1910 om de betrouwbaarheid bij het kameren te vergroten.
In de Tweede Wereldoorlog werd in Duitsland om lood te besparen een nieuw projectiel ontwikkeld dat een ijzeren kern had die omhuld werd met lood. Deze patroon, herkenbaar aan de zwarte mantel, werd aangeduid als 08 mE (mit Eisenkern, met ijzerkern). In 1944 werd de zwarte mantel vervangen door een normale koperkleurige mantel. Een andere variant uit die tijd was de 08 SE (Sintereisen - "gesinterd ijzer"), die ontstond door de gehele kogel te maken uit onder hoge temperatuur samengeperst ijzerpoeder. Deze patroon is herkenbaar aan een donkergrijs projectiel.
Voor wapens met geluidsdemper werd een speciale lading met volledig metalen mantel (full metal jacket) ontworpen met een projectiel van 9,7 g (150 gr). Deze is te herkennen aan een "X" op de bodem van de huls en een groen gelakte stalen huls. Het doel was een subsonische lading te verkrijgen. Deze lading werd gedurende de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld door het Duitse leger, andere landen volgden met eigen subsonische ladingen.


De 9 mm heeft een beperkte terugslag. Het grote voordeel is dat dit het kleinste onder de grote kalibers is, en dus hebben pistolen vaak een grotere capaciteit in vergelijking met de .40 S&W en .45 ACP. Dit gecombineerd met de eerder vermelde beperkte terugslag, zorgt ervoor dat de schutter meer schoten nauwkeurig in het doel kan plaatsen in kortere tijd.
Het grote nadeel van de 9 mm is de neiging tot overpenetratie wanneer geen hollepuntkogels gebruikt worden. Met gewone projectielen wordt dan een te kleine wondopening gemaakt zodat het projectiel door een lichaam gaat zonder veel schade te doen aan het omliggende weefsel. Doordat de kogel nog energie overhoudt na door het doel te zijn gegaan, is er kans dat er onbedoelde schade gedaan wordt aan iets of iemand die zich achter het doel bevindt.


30-06


De 30-06 is eigenlijk een laatkomer. Reeds enkele jaar eerder (Frankrijk in 1898, Duitsland 1905) werd een spitse kogen ontworpen voor betere luchtweerstand. Pas in 1906 (vandaar de 06) werd deze kogel gestandaardiseerd in het Amerikaanse leger. Het eerste cijfer “30″ slaat op de diameter van de kogel, 30 honderdste van een duim ofte 7,62 mm.
De populariteit in de jachtwereld is vooral te danken aan enkele eigenschappen. De kogelgrootte is variërend van 7.1 g to 14.3 g (100 tot 220 grains). Maar vooral de terugslag energie die 27,3 bedraagt (bij een 10 g kogel uit een 4kg zwaar geweer) blijft net rond de 27 Joule. En deze 27 Joule terugslag energie wordt als grens beschouwd als aanvaardbaar door de meeste schutters.
Terwijl we het over terugslag hebben, een woordje over Mag-Na-Port. Deze techniek zorgt voor een verminderde terugslag en de mogelijkheid om vlugger te herladen voor een volgend schot. Dit als gevolg van het aanbrengen van trapezevormige en ovale openingen bij het uiteinde van de loop (Mag-Na-Port) of een serie ronde gaten (Man-Na-Brake). Deze techniek zorgt voor het optimaal afvoeren van de, door de kogel voortgestuwde, gassen voor ze de loop frontaal verlaten.


30-06 Springfield / M1 Garand

De 30-06 is eigenlijk een laatkomer. Reeds enkele jaar eerder (Frankrijk in 1898, Duitsland 1905) werd een spitse kogel ontworpen voor betere luchtweerstand. Pas in 1906 (vandaar de 06) werd deze kogel gestandaardiseerd in het Amerikaanse leger. Het eerste cijfer “30″ slaat op de diameter van de kogel, 30 honderdste van een duim ofte 7,62 mm. De populariteit in de jachtwereld is vooral te danken aan enkele eigenschappen. De kogelgrootte is variërend van 7.1 g to 14.3 g (100 tot 220 grains). Maar vooral de terugslag energie die 27,3 bedraagt (bij een 10 g kogel uit een 4kg zwaar geweer) blijft net rond de 27 Joule. En deze 27 Joule terugslag energie wordt als grens beschouwd als aanvaardbaar door de meeste schutters.


30-30 Winchester  96 / Marlin 336

Dit kaliber heeft een kogeldiameter van 30 honderdste van een duim ofte 7,62 mm. De tweede 30 duidt op de kruitlading, namelijk 30 grains (100 grains is 6,48 gram). De 30-30 was, en is nog steeds populair om op korte afstand Reewild te schieten. Dit heeft veel te maken dat Reewild nogal voorkomt in dichte bossen waar sowieso slechts op korte afstand kan worden geschoten. Voor grotere grofwildsoorten (Zwart of Roodwild) heeft dit kaliber spijtig genoeg niet voldoende energie (2.200J op 100 meter) haalt, op zijn best 1.850J met fabrieksmunitie.


308 Winchester

De .308 Winchester werd geïntroduceerd in de USA in 1952, twee jaar voordat de NATO het tweelingbroertje 7.62x51 mm NATO als nieuwe militaire patroon in dienst nam. De uitwendige vorm van de huls werd specifiek ontwikkeld voor een vlotte werking in grendelbuksen en machinegeweren. Het was de firma Winchester die deze patroon op punt stelde en introduceerde op de commerciële jachtmarkt als .308 Winchester. Hoewel de civiele uitvoering van de .308 erg veel lijkt op het militaire evenbeeld, zijn ze toch niet identiek en is grote voorzichtigheid geboden bij door elkaar gebruik. De .308 WIN werd later veelvuldig gebruikt als moederpatroon voor de ontwikkeling van diverse andere populaire jachtpatronen zoals de .243 Winchester, de .260 Remington, de 7 mm-08 Remington, de .358 Winchester en de .338 Federal.


38 special en 357vMagnum

De .357 Magnum-patroon werd geïntroduceerd in 1934 en wordt sindsdien over de hele wereld gebruikt. De reden dat de .357 Magnum werd ontwikkeld is dat de .38 Special in sommige opzichten als onvoldoende krachtig werd beschouwd. In feite is de .357 Magnum een opgewaardeerde .38 Special. Het verschil ten opzichte van de .38 Special zit hem in de lengte van de huls, waardoor er een grotere kruitlading mogelijk is. De .38 Special en .357 Magnum zijn nog veel in gebruik bij Amerikaanse overheidsdiensten, hoewel in Amerika sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw er steeds meer een verschuiving naar het pistool te zien is. De .357 Magnum-patroon begon ook de reeks Magnumversies van handvuurwapen-munitie.[3] De bekendste Magnum is de .44 Magnum, bekend uit de Dirty Harry-films van Clint Eastwood, die gebruikmaakte van het beroemde model 29 van Smith & Wesson. De .357 Magnum is wellicht het populairste magnumkaliber bij overheidsdiensten en sportschutters. Diverse fabrikanten bouwden een revolver rondom de .357 Magnum, zoals de Smith & Wesson 686, de Ruger GP 100 of de Colt Python. De Colt Python wordt gezien als de ultieme .357 magnum-revolver. Ook werd de .357 Magnum in pistooluitvoeringen op de markt gebracht, zoals de Desert Eagle van IMI of de op de Colt 1911 gebaseerde Coonan. De .357 Magnum is echter een echte revolverpatroon en komt in een revolver het beste tot zijn recht. Het probleem dat zich met de pistoolversies van de .357 Magnum kan voordoen, is dat door de lengte van de huls er zich tijdens het repeteren van het pistool (uitwerpen huls en opvoeren nieuwe patroon) nog weleens haperingen kunnen voordoen.


8×57 jr & 8×57 jrs



Dit is een bijzondere. De cijfers en letter hebben volgende betekenis:
 8: diameter kogel, 8 mm;
 57: lengte van de huls, 57 mm;
 j: vroeger gebruikt door de Infanterie “J”;
 r: Randhuls (voor kiploopgeweer);
 s: “s” type patroon – kaliber 8 die een grotere diameter heeft dan de gewone 8×57 jr
De 8×57 jrs hebben als identificatie een geribde ring net boven de huls, en een zwart (Duits fabricaat) of het  heeft rood slaghoedje (Tsjechisch fabricaat).


.44 Magnum

Het .44 Magnum patroon werd voor het eerst geïntroduceerd in 1964, samen met de Smith & Wesson Model 29 revolver. De ontwikkeling van dit patroon is mede te danken aan een groepje fanatieke schutters, dat op zoek was naar het ideale patroon. Dit patroon moest de volgende eigenschappen hebben: een goede combinatie tussen een lange schootsafstand, precisie en kogelenergie. Voor een tijdje was de .44 Magnum patroon het krachtigste vuistvuurwapenpatroon. Dit patroon is nog steeds populair bij mensen die op middelgroot tot grof wild jagen, waaronder vooral de ijsbeerjagers.
Voor politiepistolen is dit kaliber nooit nuttig geweest. Dit komt mede door de indrukwekkende mondingsvlam en terugslag.
In de film Dirty Harry werd dit kaliber gebruikt door Clint Eastwood en noemt hij het: "the most powerful handgun [cartridge] in the world".


.45 ACP


Twee .45 patronen, links met een Full Metal Jacket kogel en rechts met een Wadcutter kogel.


De .45 ACP (Automatic Colt Pistol) is een patroon dat in 1905 door John Moses Browning werd ontwikkeld. Dit patroon werd in hetzelfde jaar geïntroduceerd als het Colt Model 1911-pistool. De patroon werd ook gebruikt in verschillende machinepistolen in de Tweede Wereldoorlog, zoals de Tommygun en de Grease Gun. Sinds 1985 gebruikt het Amerikaanse leger geen .45 ACP patronen meer voor hun standaardpistolen, vanwege de overstap van de Colt M1911A1 op de Beretta 92F, welke 9x19mm Parabellum patronen gebruikt.
De .45 ACP is nu nog steeds een van de krachtigste pistoolpatronen die beschikbaar zijn. Ze is ook erg populair op de civiele markt en veel wapenfabrikanten hebben dan ook wapens van dit kaliber in hun assortiment. Tevens heeft deze munitie dankzij de combinatie van het relatief hoge gewicht en de trage kruitlading de eigenschap subsonisch te zijn. De mondingssnelheid ligt onder de geluidssnelheid, derhalve is .45 ACP een patroon die zonder aanpassingen geschikt is om te verschieten met een geluiddemper.


223 en 5,56x45 Navo

5,56×45mm NAVO is een standaardformaat voor patronen in gevechtswapens voor NAVO-troepen. Deze patroon is afgeleid van de .223 Remington, maar is niet geheel identiek.
Bijvoorbeeld: het kaliber 5,56 × 45 mm NATO is hetzelfde als het .223 inch kaliber. Het tweede getal in het NATO-kaliber duidt de lengte van de patroonhuls aan. Let op: 0,223 inch is 5,66 millimeter. Het verschil (0,1 mm) wordt veroorzaakt doordat men in de Verenigde Staten het kaliber meet tussen de trekken (groeven) in de loop en in Europa tussen de velden (de stukken tussen de groeven). De Europese bepaling zal dus altijd een fractie kleiner uitvallen.


.300 Win Mag


De bekende .300 heet voluit .300 Winchester Magnum of afgekort .300 Win Mag. En zoals de naam aangeeft een product van Winchester de geweren en munitie producent, gelanceerd in 1963.
De basis was de .375 H&H Magnum hull, uit 1925, die uitgeblazen en verkort werd en waarvan de nek werd teruggebracht tot een .300.
Hiermee ontstond ook het “probleem” van de .300, namelijk een nek die korter was dan de diameter van de kogel (.264 tegenover .300).
Maar niettegenstaande dit technische “tekort” werd de .300 toch een succes. Niet enkel jagers, maar ook sport schutters, militairen en politiediensten. Deze laatste dan speciaal voor Long Range en scherpschutter opdrachten.
De concurrentie in dit kaliber zijn de meer krachtige .300 Weatherby Magnum en de nieuwere .300 Remington Ultra Magnum. Evenwel de originele .300 heeft sinds zijn introductie verschillende 1.000 m competities gewonnen.
Het enige nadeel is de terugslag. Met een energie die ongeveer 40 % groter is dan de 30-06. Dit brengt dit kaliber aan de boven limiet van het toelaatbare (bij langdurige gebruik). Maar met de moderne lopen met verminderde terugslag (Mag-na-port) en energie absorptie in de kolf en absorberende kolfschoen.


Qua kogel is er recent de nieuwe CDP met Controlled Deformation Process. Dit geeft een paddenstoelvormig of deformatie afhankelijk van het “lichaam” dat geraakt wordt. Ofte kleiner bij Ree, groter bij Hert en Sus Scrofa.



.950

Het betreft hier wel degelijk een Amerikaans Kaliber, in inch dus – ofte 2,4 cm.
Het is dan ook enkel in Amerika goedgekeurd als Jachtkaliber “Sporting Use Exception”. Blijft nog altijd de vraag wat je hiermee wil schieten ?
Uniek is het alleszins, er zijn slechts 3 lopen van gemaakt en de munitie is ook niet courant verkrijgbaar bij de wapenwinkel.
 De kogel weegt 3.600 “grain” (ongeveer een 1/4 kg), tegenover 150 grain voor een normale .300 Win Mag;
 De lading is 240 grains of powder, tegenover 80 grains voor de .300;
 Kostprijs per kogel is ongeveer 40 euro;
 Het volledige geweer weegt ongeveer 50 kg;
 De terugslag is ongeveer 270 Joule, tegenover 27 bij de referentie, onze .300


Samengesteld en geïllustreerd  door Frits van den Broek (2018)
Lid SV Juliana.